Sinds het ontstaan van vzw wit.h worstelen we met woorden. Zowel het benoemen van de mensen met wie we werken als van de plaats die we met onze werking innemen in het kunstenveld roept veel vragen op. Het aantal internationale colloquia en studiedagen, teksten en publicaties die zijn gewijd aan de terminologie in ons domein zijn ondertussen niet meer te tellen. Sommige kiezen om zich hardnekkig te blijven verschansen achter termen als “art brut” of “outsider art” terwijl andere trouwe partners de discussie achter naast zich neer leggen om zich vooral op de praktijk te richten. Jaren lang heeft vzw wit.h ook voor die tweede optie gekozen. De fluïditeit van onze werking vangt veel op, de energie van de concrete realiteit relativeert de stelligheid van de terminologie.

Tot Piet Devos en ongeveer tegelijkertijd ook Leni Van Goidsenhoven ons een nieuwe term voor de voeten wierpen. Ze waren beide volop betrokken bij een themanummer van Rekto:verso en hadden zich al langer verdiept in een beweging die uit de VS kwam overwaaien: CRIP. Aanvankelijk bleven we aan de rand staan, aarzelend of wel terug in dat bad zouden springen. Maar onze nieuwsgierigheid was getriggerd omdat we meteen aanvoelden dat CRIP mogelijkheden bood om te ontsnappen aan de eindeloze reeks categorieën en aan de machtsstructuren die daaraan zijn verbonden. Voor het eerst ging het hier niet over een naam die niet door een derde wordt gegeven maar over een geuzennaam die de betrokkenen zelf kunnen aannemen. Niemand kan je als CRIP benoemen. Je kan je wel zelf identificeren met de beweging en wat je er zelf al dan niet in wil lezen. Reden genoeg voor vzw wit.h om zich zelf te verbinden met deze activistische beweging en de term mee consequent te gebruiken in onze communicatie. Niet onvoorwaardelijk, niet voor de eeuwigheid, maar als een waardevol experiment kozen we toen om CRIP te omarmen.

Voor de twintigste verjaardag van wit.h werden we uitgenodigd door BUDA kunstencentrum om deel uit te maken van het almost summer festival. We kozen toen samen om kunstenaars uit te nodigen om deel uit te maken van een collectieve leeromgeving, een school. Vanuit hun eigen artistieke positie en praktijk dagen we ze uit om CRIP mee vorm te geven. Een school vertrekt enerzijds vanuit de praktijk, leren door te doen. Maar anderzijds biedt een school de mogelijkheid om een stap achteruit te zetten en te bevragen, te theoretiseren, te leren te communiceren, door te denken.

Daarom hebben we midden in de toren een collectief uitgenodigd die tussen het gedoe ook de tijd neemt om CRIP kritisch te bevragen. En om ons ertoe te verplichten om uiteindelijk een uitspraak te doen, een stelling in te nemen, hebben we als doel gesteld een tekst te redigeren: het CRIP manifest!

Leni Van Goidsenhoven en Piet Devos zagen uiteraard hun vraag mooi terug hun richting uit gestuurd. Samen met Hildegard Devuyst, Dieter Devliegher en Pierre Muylle vormen zij de vaste groep die vijf dagen lang CRIP zullen bespreken en via allerlei verschillende hoeken tegen het licht zullen houden. Daarbij nodigen ze zelf mensen uit om aan te sluiten of brengen ze mee wat hen nuttig lijkt om de gesprekken te voeden.

Een discours kun je ontwikkelen vanuit het woord, de taal, het denken. Maar dat denken is niet enkel taal. Ook het beeld kan ons helpen om een denken te ontwikkelen. Daarom deelt deze groep de middelste verdieping van de toren met Klaus Companie en het collectief Topo Copy. Klaus is een van de kunstenaars waarvoor wit.h twintig jaar geleden in het leven werd geroepen. Trouwe medestander van het eerste uur was Klaus van meet af aan een uitdager van de categoriën waarin hij werd gedwongen. Zijn scherpe pen en hart op de tong zullen de gesprekken doorkruisen. Topo copy is een print collectief uit Gent die vooral met Riso-print (de analoge voorloper van kleurkopie zeg maar) allerlei sociale en artistieke projecten vorm geeft.

Deze introductie tot het team van het CRIP manifest leest als het eerste kwartier van een cowboy film: de gang wordt bijeen gezocht! En zo zag het er ook uit, die maandag morgen toen we aan de Broeltorens stonden en in de verte Jonas, Jens, Kurt en Klaus over de hele breedte van de straat verspreid, druk in gesprek onze richting zagen stappen. Op de trein vanuit Gent zaten ze in hetzelfde wagon en daar hebben ze elkaar voor het eerst ontmoet. Het leek alsof ze elkaar al kenden sinds de kleuterklas.

In de toren zelf ging het op dit elan verder. Elke dag begon met een insteek, voorbereid door één van de leden van het collectief. Dan gingen we daar op verder en kwamen eventueel genodigden aanschuiven. Die maandag stak Leni van wel met een introductie in CRIP en de vele vertakkingen naar andere termen. De historiek van de term maar vooral van de beweging kwam uitvoerig aan bod. Ook de terreinen waarop onze discussies zich zouden ontwikkelen kwamen al van meet af aan aan de oppervlakte. Ondertussen waren ook de eerste tekeningen van Klaus verschenen en vulde de tafel zich met publicaties, notities, allerlei materiaal en tekeningen. Op terras bij de heerlijke maaltijden of tijdens een pauze liepen we de andere kunstenaars tegen het lijf. Alles wat we in die vijf dagen hebben besproken kwam op die manier ook meteen in de realiteit. Na Leni gaf Dieter een inkijk in zijn doctoraat over het cureren van Art Brut, liet Piet ons proeven van CRIP poetry en belichtte Hildegard dat vanuit de podiumkunsten, vanuit “het manifest” ook. Maar vooral werden we van bij de eerste dag al meteen in het gesprek getrokken. Het “crippen” was al vanaf dag 1 begonnen en maakte het ons onmogelijk om een duidelijk plan te volgen of aan te houden. Er kwam een lijst met punten waar we het over eens waren dat die aan bod moesten komen in een manifest. Maar er kwamen ook mooie citaten die we meenemen. “as a crip, I swagger!” van Nancy Mairs is er zo eentje die me altijd zal bijblijven. We maakten ook kennis met het kreupel collectief uit Nederland waar we een zoom gesprek mee hadden. Carine Fol bracht ons een bezoek, Tatiana Veress en ook Sarah Keymeulen van de nieuwe tentoonstellingssite Abby. Telkens waren dat momenten om uit onze interne discussies te stappen en dat te delen. De gesprekken bleven nooit “onder ons”. Het open dichtvouwen van onze discussies gebeurde met collega’s die binnen en buiten waaien maar ook met de kunstenaars en genodigden. En vooral de aanwezigheid van Klaus, Topo Copy en de Risoprinter zelf die steeds meer plaats innam mengde zich steeds meer in onze discussie. Het bezoek van Arnaut De Cleene  van het museum Dr. Guislain kon niet op een geschikter moment vallen. Zonder veel woorden keek hij vanuit zijn ooghoeken hoe wij na het opwerpen van de punten voor het manifest aan het worstelen waren met iets wat nog geen vaste vorm had gevonden.

“Crip is een werkwoord. Alles wat normatief gescript is kan gecript worden.” Maar als we dat zo stelling verklaren waarom proberen we dat dan een vaste vorm te geven? Arnauts pertinente vraag heeft ons een hele dag achtervolgd. Welke vorm kunnen we dit manifest geven om het een manifest te laten zijn maar zonder dat het de inhoud van dat manifest in de vorm zou tegenspreken?

Om die vraag te beantwoorden hadden we die unieke samenwerking nodig tussen “denkers” en “doeners”. Het volle potentieel van het gelegenheidscollectief spraken we aan en kwamen uit op een A4 RISO met de dertienpunten van ons manifest. Dat plooiden we in twee om het dan diagonaal in twee te snijden. Het manifest kan nooit alleen gelezen worden. Wij sturen maar de helft van de tekst op met de vraag ons uit te nodigen met de andere helft. Samen leggen we de beide helften samen om de inhoud van de tekst te bespreken. Op die manier komt er ook telkens iets terug richting wit.h en kan het manifest blijven evolueren naar volgende versies. Zo zijn we ook zeker dat de compacte zinnen van het manifest ook goed worden begrepen en van context voorzien.

Na dat gesprek over de inhoud van het manifest kiezen de deelnemers elk 10 beelden kiezen van Klaus en Topo Copy. De 10 RISO’s met twee helften van het manifest als omslag vormen dan een uniek exemplaar waar ze mee naar huis gaan.

Piet gaf aan dat hij ons helemaal vertrouwt wat betreft de visuele vorm voor het manifest maar dat hij er weinig aan heeft gezien zijn visuele beperking. Daarom hebben we dan ook  een auditieve vorm bedacht en een soudscape gemaakt die het manifest begeleidt. Zo kwam het manifest tot stand in de vorm van een participatieve tool. Een instrument die wit.h verder inzet om crip bespreekbaar te maken, te delen en kritisch te blijven bevragen.

“as a crip, I swagger!”

Deze website maakt gebruik van cookies. Door op ‘accepteren’ te klikken, ga je akkoord met ons privacybeleid.